Selecteer een pagina

(Foto: collectie Stedelijk Museum Amsterdam)

De New York Times publiceerde een artikel over het rapport van de commissie Kohnstamm en vroeg Gert Jan van den Bergh naar zijn visie op het rapport. Hij stelt dat de Staat der Nederlanden, musea en verzoekers gezamenlijk moeten streven naar een “proces van waarheidsvinding”. Het rapport van de Commissie Kohnstamm adviseert de Nederlandse overheid om af te stappen van de ‘belangenafweging’, die sinds 2015 wordt gehanteerd bij de teruggave van roofkunst. De commissie acht het onwenselijk om de belangen van een museum als bezitter af te wegen tegen de belangen van degene die aanspraak maakt op teruggave van een kunstwerk.

Het rapport volgt na (internationale) kritiek op de Nederlandse aanpak met betrekking tot de teruggave van door de nazi’s geroofde kunst. De ‘belangenafweging’ is al sinds 2007 een bediscussieerd onderwerp, maar leidde pas na een heftig debat op een grote conferentie over restitutie in Berlijn in 2018, en uitlatingen aldaar van Bergh Stoop & Sanders, tot grote ophef in de Nederlandse media. Verwezen wordt naar een eerder verschenen artikel van Gert-Jan van den Bergh in NRC.

Voor meer informatie, zie het artikel in The New York Times.